P&G292 tegen registratie van sekswerkers

Afgaande op de koers die het huidige kabinet heeft ingeslagen, zal naar verwachting de registratieplicht voor zelfstandig werkende sekswerkers weer onderdeel worden van het Wetsvoorstel Regulering Sekswerk en bestrijding misstanden (WRS).

Het Prostitutie & Gezondheidscentrum, P&G292, biedt sinds 2008 gezondheidszorg aan sekswerkers in Amsterdam. Ons team bestaat uit verpleegkundigen seksuele gezondheid van de GGD en maatschappelijk werkers van HVO Querido. Wij werken gemeenschappelijk aan het verbeteren van de positie van sekswerkers. Jaarlijks zien we 2000 sekswerkers tijdens ons veldwerk, nemen we meer dan 2000 soa/hiv testen af en zitten 200 sekswerkers in een begeleidingstraject bij maatschappelijk werk. We zien daarmee één derde van het totaal aantal sekswerkers dat landelijk wordt gezien door de verschillende GGD-locaties.

P&G292 is tegen de plannen van het kabinet wat betreft de registratie van sekswerkers en tegen de intakegesprekken die daar onderdeel van uitmaken. Wij zijn ervan overtuigd dat deze maatregel ertoe leidt dat sekswerkers niet meer bij ons of andere zorginstellingen zullen aankloppen, waardoor ze juist extra kwetsbaar worden voor uitbuiting. Waarom zijn wij tegen dit voornemen van het kabinet? Hierbij onze argumenten op een rij:

Argument 1:

Als anonimiteit wegvalt, zijn sekswerkers onbereikbaar voor gezondheidszorg

Sekswerkers kunnen bij ons anoniem terecht voor soatesten, vragen rondom (ongewenste) zwangerschap, anticonceptie en andere privacy gevoelige zaken. We kunnen deze privacy waarborgen doordat we cliënten onder hun werknaam in ons elektronisch cliënten kunnen zetten. Dit zorgt ervoor dat we laagdrempelig en toegankelijk zijn. Cliënten laten ons weten dat die anonimiteit heel belangrijk voor ze is om deze privacy gevoelige zaken met ons te kunnen bespreken. Ze zijn bang dat andere instanties of familie en vrienden erachter komen dat ze dit werk doen. Het stigma ervaren ze dagelijks; zelfs wij als prostitutie hulpleners ervaren het stigma in contact met andere instanties. Door de registratie verliezen ze hun anonimiteit. Voor sekswerkers met grote gevolgen voor veiligheid en toegang tot voorzieningen.

Argument 2:

Signalen mensenhandel na een lang opgebouwde vertrouwensrelatie zichtbaar  

P&G292 heeft een belangrijke taak als het gaat om het signaleren van mensenhandel. We werken hierin nauw samen met onze ketenpartners, de politie en het Amsterdams Coördinatiepunt Mensenhandel (ACM). Ons team is getraind door de politie om mensenhandel te signaleren. Zelfs met deze expertise en na elf jaar ervaring kunnen we zeggen dat signalen nooit na één gesprek naar voren komen. Als cliënten aangeven dat ze gedwongen in de prostitutie werken, is dat nadat we lange tijd geïnvesteerd hebben in het opbouwen van een vertrouwensrelatie. Daarmee stellen wij dat het voeren van intakegesprekken naar onze mening niet het juiste middel is om het beoogde doel te bereiken.

Argument 3:

Mensenhandel en prostitutie moeten niet gelijk aan elkaar gesteld worden 

Sekswerk is een legaal beroep. Mensenhandel is een crimineel vergrijp. De gemeente Amsterdam heeft om die reden principieel gekozen voor twee van elkaar gescheiden ketens: specialistische zorg voor slachtoffers en specialisme op het gebied van het verbeteren van de positie van sekswerkers. Onze ervaring is dat samenwerking en onderling vertrouwen tussen de twee ketens de mogelijkheid geeft om effectief te kunnen handelen wanneer er iets mis blijkt te zijn. Bij de maatregelen die het kabinet voorstelt, staat regulering, handhaving en criminalisering van de sector voorop en de focus op de verbetering van de sociale positie van sekswerkers ontbreekt.

Argument 4:

Sekswerkers verdwijnen in de onzichtbaarheid en zijn dan meer kwetsbaar  

Sekswerkers hebben, net als ieder ander in Nederland werkend persoon, het recht op onbelemmerde toegang tot ons rechtssysteem. Wanneer een zelfstandig werkende sekswerker zich niet registreert uit angst voor verlies aan privacy en sociale uitsluiting, heeft hij of zij geen toegang meer tot bescherming door de wet, want op dat moment is er sprake van onvergund werk. Wij proberen al jaren de groep zelfstandige sekswerkers die in de onvergunde sector werken, te bereiken. Als één van de eersten ontwikkelden we een methodiek om via internet contact te leggen met deze groep. Na een lange tijdsinvestering beginnen we nu steeds beter in contact te komen met deze sekswerkers; het blijft echter een moeilijk te bereiken groep in vergelijking met de sekswerkers die in de vergunde sector werken. De zelfstandige sekswerkers uit de onvergunde branche die wij spreken, geven terug angstig te zijn om contact te zoeken met de politie als ze die bijstand voor bepaalde zaken hard nodig hebben.

Uit recentelijk onderzoek dat in opdracht van het WODC is uitgevoerd, blijkt ook dat hoe meer landelijke en lokale regels er worden opgelegd aan sekswerkers, des te meer sekswerkers uit het zicht van de zorg blijven[1]. Sekswerkers die onzichtbaar zijn voor zorg en niet hun recht durven halen uit angst voor juridische vervolging zijn extra vatbaar voor misbruik.

Conclusie

Concluderend stellen we dat als sekswerkers verplicht worden zich te registeren, we niet meer in staat zijn ons werk naar behoren uit te voeren. Daarmee komt de toegankelijkheid van zorg voor sekswerkers sterk onder druk te staan. Wij zijn ervan overtuigd dat juist investering in positiebescherming, naar het Amsterdamse model, leidt tot voorkoming van misbruik en mensenhandel.

[1] Onderzoek maatschappelijke positie sekswerkers; Breurer & Intraval juli 2018, p. II.