P&G292 tegen registratie van sekswerkers

In oktober 2017 heeft het nieuwe kabinet haar plannen gepresenteerd. In het regeerakkoord staan maatregelen om misstanden en mensenhandel aan te pakken en te voorkomen. Eén daarvan is het invoeren van verplichte intakegesprekken en registratie van sekswerkers. Het kabinet wil deze taak bij de GGD neerleggen om vanuit de gezondheidszorg zicht te houden op sekswerkers.

Het Prostitutie & Gezondheidscentrum, P&G292, biedt sinds tien jaar gezondheidszorg aan sekswerkers in Amsterdam. Ons team bestaat uit verpleegkundigen seksuele gezondheid van de GGD en maatschappelijk werkers van HVO Querido. Wij werken gemeenschappelijk aan het verbeteren van de positie van sekswerkers. Jaarlijks zien we 2000 sekswerkers tijdens ons veldwerk, nemen we meer dan 2000 soa/hivtesten af en zitten 200 sekswerkers in een begeleidingstraject bij maatschappelijk werk. We zien daarmee één derde van het totaal aantal sekswerkers dat landelijk wordt gezien door de verschillende GGD-locaties.

P&G292 is tegen de registratie van sekswerkers, tegen de intakegesprekken en maakt zich grote zorgen als deze taak bij de GGD komt te liggen. Wij zijn ervan overtuigd dat deze maatregel ertoe leidt dat sekswerkers niet meer bij ons of andere zorginstellingen zullen aankloppen, waardoor ze juist extra kwetsbaar worden voor uitbuiting. Gezondheidszorg inzetten voor het verkrijgen van de persoonsgegevens van sekswerkers vinden we verwerpelijk. Waarom zijn wij tegen dit voornemen van het kabinet? Hierbij onze argumenten op een rij:

Argument 1:

Als anonimiteit wegvalt, zijn sekswerkers onbereikbaar voor gezondheidszorg

Sekswerkers kunnen bij ons anoniem terecht voor soatesten, vragen rondom (ongewenste) zwangerschap, anticonceptie en andere privacy gevoelige zaken. We registreren cliënten met hun werknaam in ons elektronisch cliëntensysteem. Dit zorgt ervoor dat we laagdrempelig en toegankelijk zijn. Cliënten laten ons weten dat die anonimiteit heel belangrijk voor ze is om deze privacy gevoelige zaken met ons te kunnen bespreken. Ze zijn bang dat andere instanties of familie en vrienden erachter komen dat ze dit werk doen. Het stigma ervaren ze dagelijks; zelfs wij als prostitutie hulpleners ervaren het stigma in contact met andere instanties. Door de registratie verliezen ze hun anonimiteit. Als de intakegesprekken bij de GGD komen te liggen, ook als dat een andere afdeling van de GGD zou zijn, zullen sekswerkers dat onderscheid niet zien. Met als gevolg dat ze niet meer naar ons zullen komen voor gezondheidszorg. Een groot deel van de cliënten die in begeleiding zijn bij maatschappelijk werk van P&G292, zijn verwezen vanuit onze GGD-spreekuren. Dat zou betekenen dat sekswerkers ook minder bereikbaar worden voor deze specialistische hulpverlening.

 Argument 2:

Signalen mensenhandel na een lang opgebouwde vertrouwensrelatie zichtbaar  

P&G292 heeft een belangrijke taak als het gaat om het signaleren van mensenhandel. We werken hierin nauw samen met onze ketenpartners, de politie en het Amsterdams Coördinatiepunt Mensenhandel (ACM). Ons team is getraind door de politie om mensenhandel te signaleren. Zelfs met deze expertise en na tien jaar ervaring kunnen we zeggen dat signalen nooit na één gesprek naar voren komen. Als cliënten aangeven dat ze gedwongen in de prostitutie werken, is dat nadat we lange tijd geïnvesteerd hebben in het opbouwen van een vertrouwensrelatie. Daarmee stellen wij dat het voeren van intakegesprekken naar onze mening niet het juiste middel is om het beoogde doel te bereiken. Als deze rol bij de GGD komt te liggen, doet het afbreuk aan de vertrouwensbasis die we nodig hebben om onze gezondheidstaak en signalerende taak goed uit te kunnen voeren.

Argument 3:

Mensenhandel en prostitutie moeten niet gelijk aan elkaar gesteld worden

Sekswerk is een legaal beroep. Mensenhandel is een crimineel vergrijp. De gemeente Amsterdam heeft om die reden principieel gekozen voor twee van elkaar gescheiden ketens: specialistische zorg voor slachtoffers en specialisme op het gebied van het verbeteren van de positie van sekswerkers. Onze ervaring is dat samenwerking en onderling vertrouwen tussen de twee ketens de mogelijkheid geeft om effectief te kunnen handelen wanneer er iets mis blijkt te zijn. De maatregelen die het kabinet voorstelt, zijn volledig gericht op regulering en criminalisering van de sector en de focus op positieverbetering van sekswerkers ontbreekt.

Argument 4:

Sekswerkers verdwijnen in de onzichtbaarheid en zijn dan meer kwetsbaar

Sekswerkers hebben, net als ieder ander in Nederland werkend persoon, het recht op onbelemmerde toegang tot ons rechtssysteem. Wanneer een zelfstandig werkende sekswerker zich niet registreert uit angst voor verlies aan privacy en sociale uitsluiting, heeft hij of zij geen toegang meer tot bescherming door de wet, want op dat moment is er sprake van onvergund werk. Wij proberen al jaren de groep zelfstandige sekswerkers die in de onvergunde sector werken, te bereiken. Als één van de eersten ontwikkelden we een methodiek om via internet contact te leggen met deze groep. De tijd die we investeren in dit digitale veldwerk staat niet in verhouding tot het aantal sekswerkers die we daarmee bereiken. Het kleine aantal zelfstandige sekswerkers uit de onvergunde branche dat wij wel spreken, geven terug angstig te zijn om contact te zoeken met de politie als ze die bijstand voor bepaalde zaken hard nodig hebben. Sekswerkers die onzichtbaar zijn voor zorg en niet hun recht durven halen uit angst voor juridische vervolging zijn extra vatbaar voor misbruik.

Conclusie

Concluderend stellen we dat als sekswerkers verplicht worden zich te registeren en als die rol in de vorm van intakegesprekken bij de GGD komt te liggen, we niet meer in staat zijn ons werk naar behoren uit te voeren. Daarmee komt de toegankelijkheid van zorg voor sekswerkers sterk onder druk te staan. Wij zijn ervan overtuigd dat juist investering in positiebescherming, naar het Amsterdamse model, leidt tot voorkoming van misbruik en mensenhandel.